Blog: ‘Remember, remember, the fifth of November’. Verslag symposium Maritiem Portal, 5 november 2021

De zaal

Het tweede gezamenlijke symposium van de Nederlandse Vereniging voor Zeegeschiedenis, het Maritiem Portal/de NMGN met als titel: ‘Zeevaart en wetenschap in verleden, heden en toekomst’ op 5 november 2021 bood een scala aan maritieme onderwerpen. Ron Brand (Maritiem Museum Rotterdam) schreef er een verslag van. De livestream kunt u hier terugkijken, met dank aan de RCE/ Maritiem Erfgoed Internationaal (NB eerste spreker begint vanaf 6.12 min.).

Nee, het Maritiem Portal (MP) vierde geen Guy Fawkes Day of Gunpower Plot (vond plaats op 5 november 1605), maar had in Leiden wel een gedenkwaardige dag georganiseerd waarvoor veel maritiem-historisch geïnteresseerden naar Museum Boerhaave trokken. Eindelijk vond er na lange tijd weer eens een fysieke bijeenkomst plaats. Het MP organiseerde deze symposiumdag voor de tweede keer samen met de Nederlandse Vereniging voor Zeegeschiedenis, een beproefd recept inmiddels. Er was ook een livestream, zodat ook deelnemers op afstand het programma konden volgen. Nadat alle QR codes van de deelnemers zonder problemen waren gescand, startte de ochtend met de algemene ledenvergadering van Zeegeschiedenis. Als een triumviraat zat het bestuur de vergadering voor. Voorzitter Annette de Wit en penningmeester Gerhard de Kok waren door ziekte helaas afwezig en daarom leidde Jirsi Reinders de vergadering in goede banen. Hij begon met een felicitatie aan de vereniging zelf vanwege het 60-jarig bestaan. Dat wordt in 2022 gevierd met een prachtige lustrumactiviteit met – geheel in stijl – een varend programma. Secretaris Alex Poldervaart nam de leden vervolgens mee in de wereld van de WBTR (Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen), waarmee iedere vereniging te maken krijgt. De bestuurstermijnen van alle bestuursleden werden verlengd, behalve die van Jirsi die over een half jaar aftreedt zodra zijn opvolger bekend is. Anita van Dissel presenteerde het nieuwe nummer van het Tijdschrift voor Zeegeschiedenis en riep de leden op om interessante kopij te blijven aanleveren. Vervolgens werd de J.R. Bruijnscriptieprijs uitgereikt aan Geke Burger voor haar scriptie over de herkomst van de zogenaamde ‘blue beads’ van Sint-Eustatius (zie ook haar artikel in TvZ 39, 2020, no. 2, pp. 5-22). En nadat Jaap Bruijn Geke had toegesproken mocht hij nog even blijven staan om – na R.E.J. Weber en A. Blussé van Oud-Alblas – te worden benoemd tot derde erevoorzitter van de vereniging. Secretaris Alex Poldervaart spelde hem de versierselen op. Zo werd de vergadering op een prachtige manier afgesloten.

Rijksmuseum Boerhaave richt blik naar buiten

Na de lunchpauze, waarin volop werd bijgepraat, beet Christel Schollaardt, manager collecties en wetenschap van Rijksmuseum Boerhaave, het spits af met een welkomstwoord. ‘De luiken van het museum moeten open’, zo verkondigde zij het motto van het museum. De transformatie van het museum is afgerond in 2017 en sindsdien is er een nieuwe toon met nieuwe doelgroepen waarop het museum zich richt. Het museum is echter nooit af en er is een nieuwe verzamelbeleid met nieuwe technieken, zoals een 3D-geprint kinderhart. Verder is er veel samenwerking met het nabij gelegen Bio Science Park. Met spraakmakende tentoonstellingen wil Boerhaave aansluiten bij de actualiteit en brede maatschappelijke discussies. De tentoonstelling ‘Besmet!’ is daarvan een goed voorbeeld. Door een toevallige, maar uiterst goede timing vanwege de coronacrisis, is deze tentoonstelling zeer succesvol en wordt daarom verlengd. Met dergelijke tentoonstellingen koppelt Boerhaave de grote vragen van de moderne wetenschap aan deze tijd. Het museum biedt een podium voor de 21ste eeuw in de vaste presentatie, maar ook de geschiedenis wordt niet vergeten.

Christel Schollaardt

Is het leven maakbaar? is een grote vraag waaraan in Life Science Studio aandacht wordt besteed. Een nieuw plan is het biotechlab dat wordt gerealiseerd in het pand dat Boerhaave aan de overkant kan aankopen. Wat de zeevaart betreft, zo vertelde Schollaardt, zijn er in de collectie iets meer dan 100 navigatie-instrumenten.
In 2019 won Boerhaave de prestigieuze European Museum of the Year prijs. Aandachtsgebieden zijn geneeskunde en natuurwetenschappen. De collectie omvat ca. 125.000 objecten, er wordt actief verzameld, ook hedendaags, maar dat is lastig, want wat is het bewaren waard? Er is een digitaal portaal voor de instrumentencollectie waarbij wordt samengewerkt met het Universiteitsmusea in  Utrecht en Groningen, en NEMO in Amsterdam. De collectie is ook via de website toegankelijk, wellicht is op termijn ook aansluiting mogelijk bij het MP.

Maritiem Portal

Vervolgens leidde middagvoorzitter Jelle van Lottum, ook voorzitter van de stuurgroep van het MP, het programma verder in. Het zijn vreemde tijden en voorzichtigheid is nog altijd geboden. Van Lottum dankte daarom de deelnemers voor de steun in deze moeilijke tijden. Er is zelfs nog een organisatie bijgekomen, CNOOKS (Club van Nederlandse Oud Gezagvoerders en Oud Hoofdwerktuigkundigen der Koninklijke/Shell). Verdere ontwikkelingen van het MP zijn de gevarieerde blogs en het levenswerk van Karel Vlierman over de koggeschepen, dat integraal te raadplegen is op de website. Een volgende fase is nagaan wat de ervaringen, wensen en verwachtingen van de gebruikers zijn. Daartoe wordt in 2022 een enquête gehouden. Er zal nog meer met andere organisaties worden samengewerkt en ook zal het platform worden ondergebracht in een stichting, samen met onder meer het Netwerk Maritieme Bronnen. Natuurlijk is de NMGN een steeds terugkerend thema tijdens de symposia. Het is ook de blikvanger van de website. Zes hoofdstukken zijn al beschikbaar en de duurzame opslag hiervan voor de lange termijn is inmiddels geregeld. Binnenkort volgen meer hoofdstukken, maar het redigeren daarvan, de beeldredactie en plaatsen op de website kosten veel tijd. Ook groeit de kopijstroom gestaag, Jelle van Lottum dankte daarom de auteurs en redacteuren voor al hun werk.

Nieuwe Maritieme Geschiedenis van Nederland (NMGN)

Henk den Heijer, voorzitter van de redactie van de NMGN, kreeg vervolgens het woord om de stand van zaken toe te lichten. De NMGN is aardig op streek met ca. 50 historici die eraan meewerken. Het is daarmee een behoorlijke megaklus. De hoofdstukken worden geschreven op basis van de laatste inzichten, maar het werk vergt meer tijd dan voorzien. Den Heijer vroeg zich af of dat erg is. Eigenlijk niet, het is een zorgvuldig proces, waardoor een hoge kwaliteit wordt gegarandeerd. De NMGN biedt veel nuttige materiaal in tekst, beeld, statistieken, etc.

Henk den Heijer

Er zijn al vier hoofdstukken over de maritieme invloed op de cultuur, waarin kunst, taal, heldendom en nationalisme aan bod komen. Dan zijn er twee hoofdstukken over de binnenvaart, een sector van de scheepvaart die nooit onderdeel uitmaakte van de oude MGN. Maar zeevaart en binnenvaart sluiten al vanaf de twaalfde eeuw op elkaar aan. Thijs Maarleveld, helaas overleden dit voorjaar, schreef over de late middeleeuwen toen kleine plaatsen bereikbaar werden via natuurlijke vaarwegen. Ook was er door de binnenvaart aansluiting met het Duitse achterland, de zuidelijke Nederlanden en zelfs met Frankrijk. Ruud Filarski schreef over de negentiende eeuw, toen koning Willem I kanalen liet aanleggen en ook de Rijn ontstond als vervoersader. Ook de opkomst van de stoomvaart komt aan bod in dit hoofdstuk.

Begin 2022 wordt een hoofdstuk verwacht van Ronald de Graaf en Louis Sicking over de beveiliging op zee in de late middeleeuwen. En verder zal ook een artikel  verschijnen van Jan Willem Veluwenkamp over de koopvaardij binnen Europa in de negentiende eeuw. Is de eindstreep dan in zicht?, zo vroeg Den Heijer zich af. Aan het eind van 2022 moet alle kopij binnen zijn, maar dan zal nog tijd nodig zijn voor het verzamelen van afbeeldingen, de redactie en de vormgeving. In 2023 moeten alle hoofdstukken dan online beschikbaar zijn. In het voorjaar van 2022 zal ook tijd worden besteed aan publiciteit en het online meer bekendheid geven aan de NMGN. Hij eindigde met de verwachting om in mei volgend jaar, tijdens het volgende symposium van het MP, meer nieuws te kunnen presenteren.

Medische collecties van het rijksmuseum Boerhaave

Mieneke te Hennepe in gesprek met middagvoorzitter Jelle van Lottum

Mieneke te Hennepe, conservator van Museum Boerhaave, ging vervolgens in op de medische collecties van het museum. Ze begon met een maritiem probleem. Stel je bent scheepschirurgijn en je moet een trepanatie uitvoeren? Hoe doe je dat dan als het donker is? Dan is materialiteit belangrijk. Hoe voelt het instrument, hoe moet je het gebruiken, met welk druk hanteer je het? Aan alle instrumenten zitten dus materiële kanten. Bijvoorbeeld verlostangen, ze hebben allerlei vormen en verschillen in gewicht. Door ze vast te houden, kom je dus meer te weten. Boerhaave verzamelt daarom vanuit ervaringsdeskundigen, bijvoorbeeld patiënten bij vruchtbaarheidstrajecten. Een dergelijke procedure is op allerlei gebieden toepasbaar. Te Hennepe betoogde dat materiële zaken de geschiedenis hebben bepaald. Voor het onderzoek naar materiële cultuur is dus belangrijk:
* de constructie of reconstructie van een instrument,
* de materiële geletterdheid, oftewel hoe snap je het instrument met je zintuigen, en
* het belang van zintuigen.

Objectenonderzoek: kijken en voelen

Objectenonderzoek bij Boerhaave bestaat daarom uit verschillende facetten:
* duiding van maatschappelijke ontwikkelingen. Een beademingsapparaat dat tijdens de coronacrisis werd ontwikkeld, werd gebaseerd op een oud en al bestaand apparaat. Dit had grote maatschappelijke impact, want het object was levensreddend.
* kunst en vakmanschap, mensen en praktijken. Door het nabootsen van baanbrekende observaties met oude instrumenten wordt nieuwe kennis verkregen. Een voorbeeld is het maken van foto’s door de microscopen van Antoni van Leeuwenhoek heen om zo te ervaren wat Van Leeuwenhoek zelf zag.
* unieke toegang tot het verleden. Mieneke te Hennepe haalde het voorbeeld aan van een verlospop, een verloskundig oefenmodel. Bij onderzoek bleek er zich een klein skeletje in de pop te bevinden. De ethische omgang met dergelijke voorwerpen vraagt dus om extra zorgvuldigheid.

De toekomst van het objectonderzoek bij Boerhaave ligt in meer samenwerking en participatie van de samenleving, aansluiting bij bestaande samenwerkingsverbanden, en onderzoek en tentoonstellen die elkaar voeden. Onderzoek naar museale instrumenten toont aan dat ze  onvoorspelbare veranderingen hebben doorgemaakt in betekenis en gebruik, nieuwe technologie levert nieuwe kennis op, en door het inzetten van alle zintuigen worden nieuwe en unieke ervaringen verkregen. Iedere keer kom je zodoende een stukje dichter bij de ervaringen uit het verleden.

Henk Jan Verhagen

Waterbouwkunde

Henk Jan Verhagen van Stichting De Blauwe Lijn nam het gehoor mee in de wereld van de waterbouwkunde. Zijn verhaal stond in het teken van de Digitale Trésor der Hollandsche Waterbouw, een verzameling van oude geschriften over waterbouwkunde. Tot aan de achttiende eeuw ligt de nadruk vooral op waterbeheer, landaanwinning en de bescherming tegen overstromingen. De negentiende-eeuwse waterbouwliteratuur kenmerkt zich door de aanleg van havenfaciliteiten voor de zeevaart, de aanleg van kanalen voor de binnenvaart en het bevaarbaar maken van de grote rivieren. Veel van die oude geschriften zijn moeilijk vindbaar, waterschrijvers zijn soms verweesd, en titels van oude waterbouwkundige publicaties zijn vaak ‘hopeloos’, doordat de titel een vraagstelling inhoudt. Uitgaande van het bestand aan waterschrijvers, dat Joop van der Tuin aanlegde, is een database van links aangelegd. Er is dus geen inhoud met volledige teksten. Waterschrijvers zijn geschiedkundigen, journalisten, romanschrijvers en bestuurders. Watermeesters zijn waterbouwkundigen die hun kennis hebben vastgelegd. De waterbouwkundige publicaties zijn te vinden via https://www.kennisbank-waterbouw.nl/tresor/ en https://www.stichtingblauwelijn.nl/tresor/ en http://dicea.nl/tresor.

De toekomst van de maritieme sector

Na de koffie- en theepauze keek Bas Buchner, algemeen directeur van MARIN in Wageningen, naar de maritieme wereld voorbij de horizon en nam de symposiumdeelnemers mee in het MARIN strategieplan 2022-2025. De missie van MARIN is ‘better ships, blue oceans’: schone, slimme en veilige scheepvaart, en het duurzaam gebruik van de zee. Dat betekent emissieloos, veilig en duurzaam varen met autonome schepen. Het MARIN zet zich in voor de keten simulatie-testen-monitoren. In samenwerking met de scheepvaartsector wordt gestreefd naar emissieloze schepen in 2025. Stippen achter de horizon zijn het verminderen van maritieme ongelukken, het versnellen van de duurzaamheid  en klimaatadaptatie op zee, integrale oplossingen, innovatie, Nederland wereldwijd leidend in de maritieme Artificial Intelligence, en actief kennis delen. De maritieme sector zorgt nu voor 3% van de totale CO2-emissie. Door WASP (Wind Assisted Ship Propulsion) kan brandstof worden bespaard. Het MARIN werkt daarom mee aan de machinekamer van de toekomst, waarvoor grotere schepen nodig zijn. Deze nieuwe schepen, zo betoogde Buchner, zouden in Nederland gebouwd moeten worden. MARIN doet veel onderzoek op het gebied van veiligheid. We herinneren ons nog de MSC Zoë, die in januari 2019 op de Waddenzee een groot aantal containers verloor. Hoge golven hebben grote invloed op de slingerbeweging van schepen. Als die groot wordt en contact met de zeebodem plaatsvindt, zorgt dat voor ongewenste trillingen in de tankbodem. Bij de MSC Zoë speelde ook groen water een rol. Dit is een enorme golf van massief zeewater, dat met groot geweld over de rand van het schip komt en de containers raakt. Deze kunnen daardoor worden beschadigd of zelfs omgeduwd. Een ander project waarvoor MARIN zich inzet, is de dichtheid van windturbines op zee. ‘De Noordzee wordt een binnenzee’, zo stelde Buchner. Veel windturbines maken het scheepvaartverkeer onveilig. Er is geen ruimte voor goed zeeman/vrouwschap. Daarom onderzoekt MARIN drijvende windturbines, die kunnen worden toegepast op plaatsen waar geen scheepvaartverkeer is. Ook bestudeert men de ontwikkeling van mega-eilanden voor zeewierteelt, zonnepanelen, productie van waterstof, flexibele havens. Buchner sloot zijn futuristische verhaal af met de vraag of Maasvlakte 3 misschien wel een drijvende oplossing hiervoor wordt.

Maritiem Programma Internationaal/RCE

De laatste spreker van de middag was Martijn Manders, maritiem archeoloog bij de RCE (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed). Hij sprak over tien jaar beheer van Nederlandse scheepswrakken in den vreemde en wat het ons heeft gebracht. Manders begon met een vervelende mededeling: in 2022 stopt het maritiem programma van de RCE. Omdat het werk nog niet af is wordt daarom samenwerking gezocht met andere partijen voor een multidisciplinaire aanpak.

Het Maritiem Programma startte in 2011 en werd in 2016 gesplitst in een Maritiem Programma Internationaal en een Maritiem Programma Nederland. Doelen waren het verzamelen van kennis over ons verleden en beschikbaar stellen (ten behoeve van debat, begrip en beheer), en het verantwoord beheer van het maritiem erfgoed van Nederlands eigendom. Pijlers zijn het beheer en eigendom van scheepswrakken (VOC, WIC, Admiraliteit en marineschepen), het gedeeld erfgoedbeleid (met andere landen, waaronder voormalige koloniën), en een morele verantwoordelijkheid voor particuliere schepen. Deze laatste groep is ook belangrijk voor het eigen maritiem verleden, bijvoorbeeld de Vrouw Maria, die in Finse wateren ligt. Waar hebben we het dan over? Er zijn ongeveer 2000 wrakken (zestiende-eeuws tot en met de Tweede Wereldoorlog). Het zijn wrakken van compleet bewaarde schepen tot zwaar aangetaste restanten en sporen. Ook is er een verantwoordelijkheid vanwege eigendomsverplichting, maar ook dus moreel. Met zoveel scheepswrakken moeten onherroepelijk keuzes worden gemaakt. De selectie is in eerste instantie subjectief, maar die worden wel zo snel mogelijk objectief gemaakt. Partners hierbij zijn de ministeries van Buitenlandse Zaken, Defensie, Binnenlandse Zaken en OCW; verder ook partnerlanden, kuststaten, kennispartners in binnen- en buitenland, en internationale organisaties. Een extra laag in het onderzoek geeft oral history, verhalen van duikers die vanaf de jaren ’60 van de vorige eeuw op Nederlandse scheepswrakken hebben gedoken. Voorbeelden van Nederlandse scheepwrakken in buitenlandse wateren zijn de Rooswijk die in 1740 verging bij de Goodwin Sands, de verdwenen scheepswrakken van de Javazee, en de onderzeeërs bij Maleisië. Soms zijn er alleen nog resten op de zeebodem. De vraag is wat doen we daarmee? Staal op de zeebodem is gewild voor medische apparatuur, maar resten kunnen ook een herinneringsplek worden. Ook biodiversiteit kan een reden zijn om resten van scheepwrakken te laten rusten. Meer informatie hierover is te vinden via de online database https://mass.cultureelerfgoed.nl/ In MaSS (Maritime Stepping Stones) zijn de vindplaatsen en verhalen van maritiem erfgoed in kaart gebracht en voor een breed publiek toegankelijk gemaakt.

Aan het eind van de middag gaf Jelle van Lottum een wrap up. Hij dankte de sprekers en alle aanwezigen voor hun inbreng. In het bijzonder zette hij Marja de Keuning in het zonnetje als drijvende kracht achter het MP en deze dag, en ook Daniël Tuik, die technisch alles onder controle had. Tenslotte nodigde hij iedereen uit voor het volgende symposium, dat het MP op 13 mei 2022 organiseert in samenwerking met de Linschoten-Vereeniging. Plaats van handeling zal zijn Batavialand in Lelystad en het thema is ‘Natuur op zee’. Het was geen ‘Glorious Revolution’ (op 5 november 1688 landde stadhouder Willem III in Engeland en begon een glorieuze opmars), maar fijn was het in ieder geval wel dat zovelen elkaar weer fysiek konden ontmoeten en spreken. Hopelijk wordt vrijdag 13 mei 2022 dus geen ongeluksdag.