Blog: Van Noordelijk Scheepvaartmuseum naar Museum aan de A

Het Noordelijk Scheepvaartmuseum maakt op dit moment een ingrijpend veranderingsproces door. Het museum wordt een historisch museum voor provincie en stad Groningen en krijgt als nieuwe naam Museum aan de A, een verwijzing naar de Drentse A die langs het museum loopt.
Eeuwenlang was Groningen een echte scheepvaartstad. Zo’n vijftig jaar geleden telde de stad nog verschillende scheepswerven, had het een grote zeevarende bevolking en in de Oosterhaven, aan het begin van het Eemskanaal, lag het vol met coasters. Die tijd is voorbij. Vanaf omstreeks 1970 verdween de scheepvaart geleidelijk aan uit de stad Groningen en de bewoners hebben sindsdien nauwelijks meer een binding met het maritieme verleden. Bezoekers komen dan ook niet meer alleen voor de scheepvaartgeschiedenis maar hebben een bredere historische belangstelling. Vanaf 2014 programmeren we wisseltentoonstellingen die bijna allemaal een niet-maritiem historisch thema hebben. Die keuze wordt door ons publiek, zowel uit stad en provincie Groningen als daarbuiten, hoog gewaardeerd. Een algemeen historisch museum ontbreekt tot nu toe echter in Groningen.

Wat is het Museum aan de A?

Het Museum aan de A wordt een historisch museum voor Groningen, Stad en Ommeland met een semi-permanente historische expositie en een historische ontmoetingsplek (HOP). Deze beide onderdelen zijn gelijkwaardig en vormen de kern van het nieuwe museum. De historische ontmoetingsplek vormt een nieuw concept naast het ‘klassieke’ museum en bestaat uit verschillende zalen en ruimten waarin publieksactiviteiten worden georganiseerd van uiteenlopende aard, maar altijd met een historische en museale invalshoek. Dit zijn bijvoorbeeld intieme muziek- en theateractiviteiten, vergaderingen en bijeenkomsten voor historische projecten of leer- en werkplekken (stages) voor het onderwijs. Ook de wisseltentoonstellingen en de educatieruimte worden hierin ondergebracht. Om dit te realiseren werken we nauw samen met RHC Groninger Archieven, het Groninger Museum en ROC Noorderpoort. Samen met hen én met het publiek wordt de inhoud van het Museum aan de A bepaald.

Wat is er te zien in het Museum aan de A?

Het Museum aan de A wordt het historisch museum van Groningen. Het aantal thema’s die in de semi-permanente expositie aan bod kunnen komen is daarmee onbeperkt. Het is dus essentieel om goede keuzes te maken. Hierbij wordt de input van de samenwerkingspartners en van het publiek nadrukkelijk meegewogen.

Het tentoonstellingsconcept, dat samen met een museaal vormgevingsbureau wordt ontwikkeld, wordt de komende jaren uitgewerkt. Uitgangpunten daarbij zijn dat het museum over mensen moet gaan, over het dagelijks leven en werk van Groningers door de eeuwen heen. Het Museum aan de A gaat over het verhaal van de ‘gewone Groninger’ en niet specifiek over de elite, de adel en de rijke burgerij. Daarmee verschilt het verhaal van het Museum aan de A met dat van het Groninger Museum dat zich, naast hun hoofdthema kunst en kunstnijverheid, vooral richt op de ‘blockbusters’ van de Groningse geschiedenis. Voor de objecten in de semi-permanente expositie zal het museum naast de eigen collectie putten uit de collectie Groningen als geheel en uit de collectie van het Groninger Museum in het bijzonder.

Binnenplaats Museum aan de A

De verschillende bestaande canons, van Nederland en speciaal die van Groningen met 40 ijkpunten (thema’s) en 52 boegbeelden (personen) bieden een basis voor de themakeuzes. Concrete voorbeelden van mogelijk thema’s zijn: de vroegste geschiedenis van de bewoning en het landschap van Groningen, het ontstaan van de stad Groningen in 1040 vanuit een klein Drents esdorp, de middeleeuwse bewoning (de museumpanden zijn uit 1320), voedsel en landbouw (graanrepubliek) en de vervoersstromen van producten binnen de provincie en naar buiten. Energie in de vorm van turf, gas en waterstof is een typisch Gronings thema dat zeker terugkomt in de museumopstelling.

Het brede thema oorlog en vrede, toegespitst op bijvoorbeeld het beleg van Groningen door bisschop Bernhard van Galen (Bommen Berend) en het daaropvolgende ontzet in 1672 en ook de periode 1940-1945 kan in het museum niet ontbreken. Een keuze uit onderwerpen die betrekking hebben op het dagelijks leven, de nering en de nijverheid zullen in het museum ook aan bod komen. Welke onderwerpen uiteindelijk aan bod zullen komen is nu nog niet in steen gehouwen maar zal binnen twee jaar duidelijk worden. Wat wel zeker is dat de presentatie eigentijds wordt, waarbij inclusiviteit, diversiteit en educatie een grote rol spelen. Naar verwachting wordt het Museum aan de A in 2024 geopend.

Uitdagingen

De transitie van scheepvaartmuseum naar historisch museum betekent een enorme verandering voor het 90 jaar oude Noordelijk Scheepvaartmuseum. Het museum krijg niet alleen een andere inhoud maar ook het hele museumcomplex wordt uitgebreid en de organisatie krijgt een andere vorm. Zo is het museum sinds 7 augustus 2020 geen vereniging meer met leden maar een stichting met donateurs. De eerste stappen voor de verbouwing van onze deels monumentale middeleeuwse panden zijn inmiddels gezet. Er komt een extra ingang aan het water bij de A en het museumcomplex wordt uitgebreid met een extra pand dat met de andere bouwdelen wordt verbonden. Een grote uitdaging wordt de toegankelijkheid. Voor mindervaliden zijn de middeleeuwse gebouwen, met alle ongelijke verdiepingen en trappetjes, nauwelijks bereikbaar. Het komende jaar zal duidelijk worden op welke manier wij dat bouwtechnisch gaan oplossen.  

Scheepvaarthistorie in het Museum aan de A

In het Museum aan de A krijgt de maritieme geschiedenis van Groningen, het verhaal ‘van turf naar vracht’, blijvend aandacht. Het onderwerp zal compacter worden behandeld dan nu het geval is, maar scheepvaartgeschiedenis zal ook in de toekomst in het museum te zien zijn. In de geschiedenis van zowel de provincie als de stad speelde scheepvaart en het water immers een cruciale rol. De scheepvaart en handel vanuit Groningen over het Reitdiep naar zee droeg bij aan de welvaart van de stad die als een spin in het web haar invloed over de hele provincie en daarbuiten uitoefende. De turfvaart vanaf de vijftiende eeuw door de schippers van het ‘schuitenschuiversgilde’ luidde de ontginning in van de veengebieden in het oosten van de provincie. Dankzij de turfvaart en in haar kielzog de scheepsbouw, kon Groningen uitgroeien tot één van de belangrijkste maritieme regio’s van het land. De beroepsscheepvaart is nu grotendeels verdwenen uit de stad maar scheepsbouw en de rederij zijn nog steeds prominent in de provincie Groningen aanwezig.

Maritieme objecten in het Museum aan de A

Het museum heeft een grote maritieme collectie die hoofdzakelijk betrekking heeft op de Noord-Nederlandse, met name Groningse, maritieme geschiedenis. Uit de collectie worden de mooiste en meest aansprekende objecten geselecteerd en in samenhang getoond in een verhalende setting. Het centrale verhaal van de scheepvaarthistorie van Groningen, ‘van turf naar vracht’ wordt leidend voor de keuze van de objecten.

Stuurhuis ‘Erebus’

Vooruitlopend op de uiteindelijke inhoud van de ‘scheepvaartzaal’ in het Museum aan de A, zijn er enkele oer-Groningse objecten of objectgroepen te benoemen die niet mogen ontbreken. De belangrijkste scheepmodellen die terugkomen zijn de snabbe (15e-18e eeuw), de tjalk (18e-20e eeuw), smak en kof (18e en 19e eeuw), de schoener(brik) en de koftjalk (19e en 20e eeuw) en tot slot de motorcoaster en het moderne zeeschip. Ook het victualiënwinkeltje, het 19e-eeuwse zeemanshuisje en de originele stuurhut van de coaster Erebus (1950) blijven in de toekomst te zien in het Museum aan de A. Van opvarenden van de Erebus bezitten wij persoonlijke verhalen en documenten die wij graag in het nieuwe museum met onze bezoekers willen delen.

Een kleine selectie objecten die te maken heeft met de maritieme infrastructuur van Groningen (rederijen, werven) en objecten die de meer culturele aspecten van het scheepvaartverleden van Groningen illustreren komen ook terug. Denk bijvoorbeeld aan relatiegeschenken waaronder cargadoorslepels, zeemanssouvenirs zoals aardewerk, toejassen en buttes, en scheepsportretten van bijvoorbeeld Spin, Teupken en Koster. Onze Bronsmotor uit de jaren twintig van de bekende scheepsmotorenfabriek uit Appingedam mag in de nieuwe opstelling niet ontbreken. Ook het varend museumschip Emma blijft een belangrijk onderdeel van het Museum aan de A als promotieschip en voor publieksactiviteiten zoals vaartochten door de provincie.

Het belang van de maritieme collectie Groningen

Het museum bezit een aanzienlijke collectie waarmee het mogelijk is om, binnen de maritieme thema’s, regelmatig van inrichting te wisselen. De beoogde veelvuldige samenwerking met de musea in de provincie sluit daar naadloos bij aan. Met veel maritieme musea heeft het museum al langdurende bruikleenrelaties. Het Museum aan de A blijft daarom ook in de toekomst zorg dragen voor de maritieme collectie Groningen.

Wicher Kerkmeijer

Biografie
Wicher Kerkmeijer is maritiem historicus en conservator van het Noordelijk Scheepvaartmuseum / Museum aan de A.