Blog: “Varen naar herstel”. De opkomst van de Nederlandse koopvaardij na de Tweede Wereldoorlog (9)

Het automatische visuele richtingzoeker “Lodestar” van firma MarconiMarine Ltd. Bron: Tussen schip en ka, No. 3, november 1961.

De geschiedenis van de Rotterdamse rederij La Corona / Shell Tankers vanaf 1955, het vervolg. “Wederopbouw 1960-1970” – 9e deel

Automatische visuele richtingzoekers

Naast het echolood, radar en hyperbolische plaatsbepalingssystemen, had het radiopeiltoestel als een van de oudste elektronische navigatiemiddelen zich al veertig jaar aan boord kunnen handhaven als standaarduitrusting van elk zeevarend schip. Dit radiopeiltoestel werkte op het gehoor van de bediener, die het signaal opving van een zendstation aan de wal. Bij de nieuw ontwikkelde toestellen werden deze peilingen geautomatiseerd, kreeg men een visuele aanwijzing van de peiling en vereenvoudigde de bediening.

De automatische visuele richtingzoeker “Zeevalk” van Radio Holland N.V.
Bron: Tussen schip en ka, No. 3, november 1961

Aan boord van de Shell Tankers ss Ondina, ss Sepia en ss Vitrea werd de “Lodestar” van Marconi in dienst gesteld, terwijl op het ss Onoba de “Zeevalk” van Radio Holland werd geplaatst.

Uitbreiding van de vloot

Op 28 oktober 1961 werd het ss Sepia in dienst gesteld, na een proefvaart op de Clyde. Met haar tonnage van 67.120 BRT was zij het grootste schip van de Nederlandse Shell Tankervloot op dat moment. Het schip werd gebouwd door Cammell Laird & Co. (Ship builders & Engineers) Ltd. te Birkenhead, UK. Op 17 november 1961 vond de naamgeving en te waterlating van het ss Onoba (48.900 BRT) plaats bij de RDM te Rotterdam. Het uiterlijk van beide schepen was hetzelfde, alleen de afmetingen van het ss Sepia waren groter.

Uitbreiding van de faciliteiten voor het meevaren van echtgenotes

ss Ondina tijdens de proefvaart in 1961 (foto Shell Tankers N.V.).

Tijdens de nieuwjaarsrede van directeur Larive op 22 december 1961 werd er naast vernieuwing van de vloot en het afstoten van de vooroorlogse schepen ook aandacht besteed aan het welzijn van de zeevarenden. Naast gezagvoerders en hoofdwerktuigkundigen mochten nu ook eerste stuurlieden en tweede werktuigkundigen zich te allen tijde doen vergezellen door hun echtgenote. Bovendien werd tweede stuurlieden en derde werktuigkundigen op de crude carriers toegestaan hun echtgenote één reis per kalenderjaar te laten meemaken.

Nieuwe uniformen

Het nieuwe embleem (eigen foto).

Per 1 november 1961 werd een aanvang gemaakt met het uitreiken van de nieuwe uniformuitmonstering, waarbij onder andere de gelauwerde schelp in het pet-embleem werd vervangen door de maatschappijvlag, terwijl er bovendien de kroon aan werd toegevoegd aangezien de Nederlandse vloot onderdeel was van de Koninklijke/Shell Groep.

Ondiepwaterindicators

Met het groter worden van de schepen nam ook de diepgang toe. Bij het navigeren met deze grote schepen ging de minimaal toelaatbare diepte een steeds grotere rol spelen. Het werd dus zaak om het water onder de kiel nauwkeuriger te meten. Het ging hierbij om een waterdiepte van 0 tot 6 vadem (1 vadem is 1,8288 meter of te wel 6 voet), een bereik dat tot voorheen niet mogelijk was te meten.

Ondiepwaterindicator van Kelvin Hughes. Bron: Tussen Schip en Ka, No. 5, januari 1962.

In samenwerking met Shell Tankers Londen had de firma Kelvin Hughes  (sinds 2017 Hensoldt UK) een echolood ontworpen waarmee diepten konden worden gemeten van 0 -30 voet. Deze ondiepwaterindicator werd op de brug van vele nieuwe Shell Tankers geplaatst. Het apparaat had zowel veiligheids- als economische voordelen. Door de nauwkeuriger metingen kon het aan de grond lopen worden voorkomen en konden ondiepe doorvaarten worden gebruikt die voorheen omvaren noodzakelijk maakten. Bij het bepalen van de route is immers de diepgang leidend. Bij doorvaarten werd voorheen een grotere veiligheidsmarge gebruikt onder de kiel en moest men uitgaan van op de kaart gepeilde diepten. Met gebruik van het echolood kon men de veiligheidsmarge verkleinen omdat men nu op de brug de actuele vaardiepte kon worden gemeten. Waar vroeger voor werd omgevaren kon men nu de kortere vaarroute wel gebruiken.

Wereldnieuws

Waarschijnlijk mede dankzij bovenstaande vinding werd Shell Tanker Philine tot tweemaal toe in korte tijd wereldnieuws. Als eerste was zij op 5 december 1961 met een diepgang van 37 voet het Suezkanaal veilig gepasseerd, om een paar maanden later als eerste schip van deze afmeting de haven van Sidney binnen te varen om achter de Sydney Harbour Bridge in de Gore Bay aan de nieuwe Shell-steiger af te meren. Het schip zou daar 44.000 ton Seria-crude, een hoogwaardige ruwe olie, lossen.

ss Philine. Bron: Tussen Schip en Ka, No. 6, februari 1962.

Laatste vooroorlogse groepstanker naar de sloop

Op 30 januari 1962 viel na 27 trouwe dienstjaren het doek voor het ms Sunnetta, de laatste vooroorlogse tanker nog in bedrijf. Het schip had zich vooral in de oorlogsjaren dapper geweerd, maar hoorde niet meer thuis in de inmiddels gemoderniseerde vloot.

Bron: Tussen Schip en Ka, No. 7, maart 1962.

Biografie

Kees (C.G.) Storm (1953), telg uit een Vlaardingse vissersfamilie, met wortels vanaf de 16e eeuw in Ter Heide (ZH), oud-koopvaardijofficier en voorzitter van rederijvereniging CNOOKS (Club van Nederlandse Oud Gezagvoerders en Oud Hoofdwerktuigkundigen der Koninklijke/Shell).

Bronnen

Personeelsbladen Shell Tankers 1953 – 1995: Van en voor de vloot / Tussen Schip en Ka (1953-1995) – www.cnooks.nl; Documenten op de Lustrumdisk CNOOKS – www.cnooks.nl

In Memoriam Gerrit Dijkstra jr.

“Als de koers ontbreekt, zijn er altijd de sterren om je de weg te wijzen”

G.C.H. Dijkstra jr.: Rotterdam 18-04-1940 – ’s-Hertogenbosch 16 maart 2026.
Ltz 2e klasse KMR, oud-gezagvoerder Shell Tankers B.V., afdelingshoofd Fleet management en HSEQ management Shell Tankers B.V. en voormalig secretaris CNOOKS, ervaringsdeskundige.

Mijn meelezer, oud-collega en familievriend is aan zijn laatste reis begonnen. Ik ben hem zeer erkentelijk dat hij mij met raad en daad terzijde stond tot in zijn laatste maanden: Vaarwel Gerrit!