Blog: De roerige levensloop van maritieme uitvinder Ane Pieter Schat

Ane Pieter Schat tijdens een feestje ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de Blauwe Wimpel, 29 januari 1971. De vermaarde reddingboot-expert laat zich zijn “noodrantsoen” goed smaken. Foto: Cees van der Meulen.

Het vergaan van de Titanic en het grote verlies van mensenlevens op de zee tijdens de eerste wereldoorlog bleef Ane Pieter Schat (* 24 mei 1895) zijn hele leven bij. Het zette hem aan tot het ontwikkelen van zeer ingenieuze davits, toestellen om ook onder ongunstige omstandigheden snel reddingsboten te water te kunnen laten. Op 3 november 2020 was het precies 100 jaar geleden dat Schat een van zijn eerste ontwerpen van een davit patenteerde. In de jaren hierna volgden meer dan 300 andere reddingsmiddelen patenten, die duizenden mensenlevens zouden redden.

Schat, geboren te Utrecht in een bakkersgezin, voelde niets voor het bakkersvak en ging op 14-jarige leeftijd naar zee. In 1914 voer hij als derde stuurman op de Poseidon, een kleine Shell-boot, zag hij de ellende die zou hem nooit meer zou loslaten: ‘Op onze route waren … drie Britse kruisers getorpedeerd door de Duitse onderzeeër U-22. Er dreven duizenden lijken in zee. We konden niets meer voor deze slachtoffers doen, maar het voorval zette mij aan het denken.’

Na verschillende omzwervingen, onder andere bij de Koninklijke Marine en de Koninklijke Nederlandse Stoomboot Maatschappij (KSNM), besloot Ane Pieter Schat de zeevaart vaarwel te zeggen en zijn leven voortaan te wijden aan het verbeteren van reddingsmiddelen. In 1917 vertrok Schat naar San Francisco, waar hij werkte op de Union Ironworks werf en later bij de Holland-American Chamber of Commerce. Tijdens zijn avonduren werkte hij echter samen met een scheepsbouwkundig tekenaar aan zijn ideeën omtrent de ontwikkeling van davits.

In 1923 keerde Ane Pieter Schat terug naar Nederland en ging weer in dienst bij de Koninklijke Marine. Schat verliet op 1 oktober 1925 de dienst met eervol ontslag en, met ondertussen diverse octrooien op zijn naam, richtte hij zijn eerste eigen bedrijfje ‘Schat Patent’ op. Een van zijn eerste ontwerpen was een door zwaartekracht werkende davit, die hij op 3 november 1920 patenteerde. Datzelfde jaar werd dit systeem op ware grootte gebouwd op de Hoboken pier van de Holland-Amerika Lijn te New York ter keuring door de Steamboat Inspection Service. De demonstratie overtrof alle verwachtingen. Zelfs bij een belasting van 4.000 kilo in de sloep en met half uitgedraaide davits bleef de rem werken.

Schat, in de reddingsboot, demonstreert met een slagzij van 46 graden een door zwaartekracht werkende davit. (Schat, A.P. From swung out to the water. (with listed or rolling ship. 1932).

Het voordeel van Schats systeem ten opzichte van de bestaande was dat onder de moeilijkste omstandigheden de davit niet ging slingeren, hetgeen bij een noodsituatie nog wel eens wilde gebeuren. Met het nieuwe systeem sloeg de sloep niet tegen obstakels aan of verwonde matrozen. De davit kon nu rustig naar buiten toe gedraaid worden. Gebruikmakend van de hefboom aan de buitenzijde kon een persoon er eenvoudig voor zorgen dat de davit vast of draaibaar was. Het ontwerp werd na inspectie dan ook goedgekeurd. Dit eerste Schat Gravity Davit model is nu gehuisvest in Het Scheepvaartmuseum te Amsterdam.

Onder de naam Schat Patent bleef Ane Pieter davitontwerpen ontwikkelen, met onder meer vele soorten staaldraad- en manillalieren, vaste-part hijsinrichtingen die het uitklinken van lopers verzekeren, glijspanten of ‘schaatsen’, zelfremmende onderblokken, en schuine bootsklampen. In 1928 toonde Schat aan dat sloepen ook aan de hoge kant door middel van de door hem ontworpen glijspanten veilig te water konden worden gelaten. Hiervoor gebruikte hij het wrak van het bij Kamperduin gestrande voormalige Britse oorlogsschip Prince George dat lag met een slagzij van 46 graden. Voor deze uitvinding was dit niet mogelijk en viel bij slagzij de helft van de sloepen uit. Het Scheepvaartmuseum te Amsterdam heeft hiervan ook een model in hun bezit.

De naam A.P. Schat werd spoedig een begrip in de internationale scheepvaartwereld . Met hem aan het hoofd ontstond er een hecht familiebedrijf met vestigingen in Hamburg en Londen onder leiding van twee broers. De firma Schat Patent werd een van de belangrijkste ontwerpers en bouwers van installaties voor het veilig te water laten van reddingssloepen op zowel koopvaardij- als marineschepen. Voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog ontving het bedrijf dan ook veel orders van Nederlandse en buitenlandse rederijen. Schat verwierf met zijn uitvindingen en patenten diverse internationale onderscheidingen. Voor zijn eerste verdiensten voor het reddingswezen werd hij op 22 maart 1926 geëerd met de De Ruyter medaille in zilver. Hij was een van de weinige Nederlanders als Fellow of the Royal Arts, Manufactures and Commerce, en ook erelid van de Hogere Zeevaartschool in Den Helder.

‘US Patent 2,016, 838: een van de 326 patenten op het gebied van het reddingswezen
op de naam van A. P. Schat.’ https://www.freepatentsonline.com/
2016838.html

De Tweede Wereldoorlog zou echter fataal worden voor Schats bedrijf en reputatie. Net zoals het grootste deel van de Nederlands industrie, bleef zijn firma doorwerken. Niet alleen lopende orders werden uitgevoerd, maar daarna ook nieuwe orders in opdracht van de Duitse Marine. Schat ontwierp, fabriceerde en plaatste davits op schepen van de Deutsche Kriegsmarine en de Duitse handelsvloot. Ook werden door Duitsland geconfisqueerde trawlers voorzien van ‘Schat Patent’ davits.

Op verzoek van de KNSM, de Koninklijke Paketvaart Maatschappij (KPM) en de Koninklijke Maatschappij De Schelde nam de firma Schat gedurende de oorlogsjaren personeel van de betreffende firma’s in dienst. Hierdoor werd uitzending van circa 86 werknemers naar Duitsland voor dwangarbeid voorkomen. Daarnaast deed Schat ook afbreuk aan de bezetter door zijn productie van davits te vergroten, waardoor benodigd materiaal niet voor directe oorlogsvoering worden gebruikt.

Tijdens de bezetting draaide het overgrote deel van de Nederlands industrie gewoon door. De grootste collaboratie zat in de scheepsbouw, die voor 90 procent afhankelijk was van Duitse opdrachten. Ondanks het feit dat veel Nederlandse ondernemers wegkwamen met hun collaboratie, gold dat niet voor Schat. Na de bevrijding van Walcheren werd hij opgepakt en later veroordeeld wegens economische collaboratie met de Duitsers. De door de firma Schat vervaardigde davits waren geen oorlogstuig in directe zin. Maar het leveren van reddingsmateriaal aan de vijand door zijn firma leverde Schat echter een veroordeling op wegens collaboratie.

De man, vanwege wiens uitvindingen duizenden zeelieden en opvarenden van schepen hun leven te danken hebben, was van 31 mei 1947 tot 16 maart 1948 gedetineerd. Schat bracht zijn tijd in gevangenschap door, samen met SS’ers, NSB’ers en zwarthandelaren, als een duidelijk slachtoffer van “Bijltjesdag’. Hij ontving echter verschillende steunbevestigingen waarin werd gesteld dat de door Schats firma aan de Duitsers geleverde bootdavits en lieren niet als ‘oorlogstuig’ dienden te worden aangemerkt.

Prof. mr. J. Verdam, hoogleraar aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, verklaarde dat naar zijn mening bootdavits en lieren, als zijnde bestemd voor het neerlaten van sloepen, niet als oorlogstuig e.d. konden worden aangemerkt. ‘Daarin brengt de aard van het schip waarop zij worden geplaatst, geen wijziging.’ De secretaris van de Raad voor de Scheepsvaart gaat nog een stap verder: ‘Wij zijn van meening dat bootdavits en lieren, zelfs indien deze dienen voor sloepen van oorlogsschepen en andere marinevaartuigen niet als “oorlogstuig” dienen te worden aangemerkt.’ Pieter Stephan van ’t Haaff, inspecteur-generaal voor de Scheepvaart, achtte davits voor oorlogsschepen van geen belang, daar deze schepen in oorlogsomstandigheden vrijwel zonder sloepen voeren.

Schat was een van de twee Nederlanders die de hen toegekende de Ruyter medaille werd ontnomen. Voor Schat was het een groter verlies dan het verloren gaan van zijn bedrijf en fortuin! Algemeen Rijksarchief, Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR), Den Haag.

Ondanks verweerschriften van zijn advocaat en getoonde steunbevestigingen werd Schat veroordeeld tot anderhalf jaar detentie. Tevens werd Schat zijn De Ruyter medaille en stemrecht ontnomen. Ook de firma Schat ontving een geweldige knauw. Alle buitenlandse relaties plaatsten hun bestellingen elders. Op de binnenlandse markt verloor het bedrijf ook steeds meer terrein en ging langzaam maar zeker onder. De Schat Skate, Schat Self Breaking Lowering Block, en de Schat Davit vormden aanvankelijk allemaal deel van Schat Patent. Deze firma werd later gesplitst in Schat Davits en Davit Company.

Zijn verdere leven bleef Schat bezig met ideeën en uitvindingen waarvan vele nu nog steeds over de hele wereld worden toegepast. Uiteindelijk zouden er 326 patenten op zijn naam komen te staan in meer dan tien landen. In latere jaren leefde Schat bijna als een kluizenaar in Den Haag. Hier, omgeven door een enorme hoeveelheid documentatie, was hij tot op hoge leeftijd bezig met nieuwe ideeën om zijn uitvindingen verder te volmaken. Tevens bleef Schat artikelen schrijven die werden gepubliceerd in Nederlandse en Engelstalige vakbladen.

Schat Davit op de veerboot Queen of Prince Rupert (British Columbia, Canada). Foto: Dirk Septer

Bij het afbranden van zijn huis in 1974 ging het merendeel van zijn onschatbare maritieme bibliotheek, bestaande uit vele duizenden boeken en tijdschriften verloren. Het geredde deel schonk hij later aan Het Scheepvaartmuseum in Amsterdam. Zijn modellen bleven behouden en werden verdeeld over drie musea: Het Scheepvaartmuseum, het Rijksmuseum en het Maritiem Museum Rotterdam.

Op 17 januari 1984 overleed Schat op 88-jarige leeftijd en liet hij negen kinderen uit twee huwelijken na. Zijn ideaal om in zijn laatste levensjaren nog een lange tocht te maken met een reddingsboot langs de wereldhavens ging nooit in vervulling. Ondanks het feit dat Schat na de oorlog zijn onderneming verloor, blijft zijn naam 100 jaar na zijn eerste patent nog overal ter wereld op schepen van de koopvaardij, kruissschepen en veerboten etc. te zien in de vorm van Schat Patent, Schat Davits en Schat-Harding.

Dirk Septer. Foto door A. Cook.

Biografie
Dirk Septer is van beroep luchtvaarthistoricus en fotograaf, met als voornaamste werkgebied Brits-Columbia en het Canadese Noordpoolgebied. Dirk is geboren en getogen in Nederland en heeft gediend bij de Koninklijke Luchtmacht. Hij emigreerde in 1973 naar Canada en verhuisde in 1998 naar Cortes Island in Brits-Columbia. Vanaf eind jaren 1980 heeft Dirk bijgedragen aan het onderzoek naar het eerste ‘Broken Arrow Incident’, een Amerikaanse bommenwerper die in 1950 is neergestort is Brits-Columbia met aan boord een atoombom. Dit was het eerste verlies van een kernwapen in de geschiedenis. Verder was Dirk hoofdonderzoeker in de televisiedocumentaire Lost Nuke, die voor het eerst werd uitgezonden op Discovery Channel en schreef een vaste column, genaamd ‘North of Sixty’, in het Canadese tijdschrift Aviator.

Bronvermeldingen
Verklaring Prof. mr. P. J. Verdam, 5 november, 1946.
Verklaring A. Boosman, Secretaris Raad voor de Scheepvaart, 5 november, 1946
Verklaring Pieter Stephan van ’t Haaf, Inspecteur-Generaal voor Scheepvaart, 7 november, 1946.