In memoriam Louwrens Hacquebord (Dokkum, 8 juli 1947 – Haren, 30 april 2026)

Louwrens Hacquebord, 18 augustus 2007, Grønfjorden, bij Kokerineset, Spitsbergen, tijdens de LASHIPA 4-expeditie. Foto: Ben Bekooy.

“Neem jij die andere rib?” Voordat ik antwoord kon geven, liep Louwrens, een enorm zeventiende-eeuws walvisbot op zijn schouder torsend, met kwieke tred en zonder merkbare krachtsinspanning de trap op in de Landesbibliothek Oldenburg. Hijgend sjouwde ik achter hem aan. We werden verbaasd aangestaard door een paar vroege leeszaalbezoekers, die hij vriendelijk toegrijnsde. Het was de herfst van 2006. Ik organiseerde in mijn Noord-Duitse woon- en werkplaats Oldenburg een tentoonstelling over de geschiedenis van de walvisvaart, had de stoute schoenen aangetrokken en een beleefde brief geschreven aan professor Louwrens Hacquebord met de voorzichtige vraag of het mogelijk was enkele exponaten uit te lenen. Onmiddellijk had hij me uitgenodigd langs te komen op het Arctisch Centrum in het naburige Groningen. Ik werd daar met een stevige handdruk begroet door een grote man die me welwillend-onderzoekend in de ogen keek. Het ijs – om een toepasselijke metafoor te gebruiken – was snel gebroken. Louwrens zorgde voor veel koffie, vertelde en vroeg honderduit, legde geduldig zaken uit die ik niet wist, lachte vaak, en na afloop van een lang en intensief (en voor mij uiterst leerzaam) gesprek liepen we samen naar de kelder van het Harmoniegebouw, waar hij met zichtbare trots en plezier kledingstukken, aardewerk, harpoenpunten, speksporen en andere voorwerpen uit de studiecollectie van het Arctisch Centrum liet zien, opgegraven in de uiterste noordwesthoek van Spitsbergen.

Een paar weken later kwam de Groningse hoogleraar zelf met de auto naar Duitsland om de Smeerenburgse vondsten naar de tentoonstellingslocatie te brengen. Dat was Louwrens ten voeten uit, zoals ik hem de daaropvolgende twintig jaar telkens weer heb meegemaakt: energiek, coöperatief, openhartig in zijn kritiek, maar altijd behulpzaam en enthousiasmerend.

Hacquebord werd geboren in Dokkum als telg van een Hugenotenfamilie die al sinds de zeventiende eeuw in Friesland was gevestigd (de geschiedenis van zijn familie in oorlogstijd, waarin zijn vader betrokken raakte bij het verzet, heeft hij in 2018 met kenmerkende helderheid en zorgvuldigheid uiteengezet in het boek Duivelse dilemma’s). Louwrens koos voor de studie fysische geografie en studeerde in 1976 af in de vakken fysische geografie, archeologie en historische geografie. Van 1979-1981 gaf hij als allereerste wetenschappelijk medewerker van het in 1970 opgerichte Arctisch Centrum van de Rijksuniversiteit Groningen leiding aan drie opeenvolgende zomerexpedities naar Spitsbergen. De opgravingen op Amsterdam-eiland en de Zeeusche Uijtkijck resulteerden in het proefschrift Smeerenburg, Het verblijf van Nederlandse walvisvaarders op de westkust van Spitsbergen in de 17e eeuw, waarop Hacquebord in 1984 cum laude promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam. Tien jaar later volgde de benoeming tot hoogleraar Arctische en Antarctische Studies aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Het onderzoek van Nederlandse en ook Engelse walvisvangststations werd door hem in zo’n twintig expedities voortgezet op andere locaties op Spitsbergen, in Labrador, Canada, Jan Mayen en Deception-eiland in Antarctica. Zo kreeg het verhaal van het verblijf van Nederlandse walvisvaarders op de westkust van Spitsbergen in de zeventiende eeuw een plaats in een groot historisch kader. De organisatie van de walvisvangst kon Louwrens op basis van omvangrijk onderzoek van schriftelijke en materiële bronnen gedetailleerd (en met treffend technisch en zakelijk-financieel inzicht) beschrijven. In zijn werk bleef de geschiedenis van de Nederlandse walvisvaart een rode draad vormen, nog na zijn pensionering in 2013 voortgezet in De Noordse Compagnie (1614-1642), Opkomst, bloei en ondergang (2014) en (samen met Jaap R. Bruijn) Een zee van traan, Vier eeuwen Nederlandse walvisvaart 1612-1964 (2019).

Veel eerder al verbreedde zijn onderzoeksbelangstelling zich naar de invloed van de walvisvangst op het ecosysteem. Zijn omvangrijke wetenschappelijke oeuvre (het cv voor Maritiem Portal vermeldt tot 2015 meer dan 180 artikelen) wordt als geheel gedragen door een brede visie op menselijke aanwezigheid in de kwetsbare poolgebieden door de eeuwen heen: jacht op dieren, overwinteringen, winning van delfstoffen, toerisme, natuurbescherming, wetenschappelijk onderzoek. De door hem begeleide proefschriften en zijn (postuum nog te publiceren) bijdragen voor de Nieuwe Maritieme Geschiedenis van Nederland spiegelen deze interdisciplinaire benaderingswijze.

Opmerkelijk is daarbij zijn vermogen het eigen onderzoek en dat van anderen in een wetenschapshistorisch kader te plaatsen. Daarvan getuigt o.m. de titel van de inaugurele rede Nederlandse poolkringen: honderdvijfentwintig jaar Nederlands onderzoek in de poolgebieden (1995).

Een toegankelijke autobiografische synthese van zijn onderzoek heeft Louwrens gepresenteerd in Wildernis, woongebied en wingewest, Een geschiedenis van de poolgebieden (2015). Al in eerdere publicaties als Spitsbergen 79N.B. (1981, met René de Bock) en Op zoek naar het Behouden Huys (1992, met Herbert Blankesteijn) vertelt hij op een persoonlijke manier van zijn expeditie-belevenissen. Ook met spraakmakende tentoonstellingen wist hij een breed publiek voor het poolonderzoek te enthousiasmeren. Op congressen, in collegezalen en in de media was hij een begenadigd spreker, die gefundeerde standpunten krachtig en tegelijk genuanceerd kon presenteren.

De publieke betrokkenheid manifesteerde zich ook in bestuurlijk-politieke activiteiten. Hij vertegenwoordigde Nederland in het International Arctic Science Committee (IASC), was daarvan acht jaar lang de vice-voorzitter, daarna even lang lid van het IASC Executive Committee. Door deze en andere internationale activiteiten speelde Hacquebord een wezenlijke rol in het verkrijgen van de Nederlandse waarnemerstatus in de Arctische Raad en de consultatieve Status onder het Antarctisch Verdrag.

Bijna 20 jaar na die eerste ontmoeting was Louwrens opeens weer in Oldenburg. Tot mijn ontroering was hij afgelopen september verrassingsgast op een feestje op mijn laatste werkdag aan de plaatselijke universiteit. Het was hem aan te zien dat de gezondheid achteruitging, maar zijn energie was nog voelbaar, en hij lachte als vanouds. In ons allerlaatste mailcontact maakten we nog optimistische plannen om verder te werken aan een gezamenlijke publicatie.

Het heeft niet zo mogen zijn. Op 78-jarige leeftijd is Louwrens Hacquebord op 30 april 2026 in zijn woonplaats Haren overleden. Emeritus hoogleraar Arctische en Antarctische Studiën – voormalig directeur van het Arctisch Centrum van de Rijksuniversiteit Groningen – Officier in de Orde van Oranje-Nassau – drager van de Linschoten-penning – archeoloog, fysisch geograaf en poolonderzoeker – mentor en vriend.

Hans Beelen